De Boghossianstichting is tijdelijk gesloten en heropent haar deuren op 22 oktober met de tentoonstelling Soleil Noir. Tot binnenkort !

In het kader van het art deco-jaar en trouw aan haar missie om de band tussen culturen te bevorderen, heeft de Boghossianstichting het genoegen Vincent du Chazaud en Philippe Rivoirard te ontvangen voor een lezing gewijd aan de geschiedenis en invloed van deze beweging in Algerije en de wereld.

De art deco ontstond in de jaren 1920, in het kielzog van de art nouveau. De beweging vond haar oorsprong in de sierkunst, in 1925 in de kijker gezet op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes, in Parijs. In de Roaring Twenties bruiste het van de artistieke creativiteit. Architecten, interieurontwerpers, schilders, beeldhouwers, siersmeden en andere kunstenaars-ambachtslieden bundelden hun krachten om paviljoenen met rijkelijk versierde interieurs te ontwerpen. Als brug tussen de uitbundige versieringen van de art nouveau en de vormelijke strengheid van de moderne beweging, bracht de art deco een elegante esthetiek, met symmetrie in de architectuur en geometrie in de versiering, waarbij de nadruk werd gelegd op zuivere lijnen en geraffineerde details. De art deco ontwikkelde zich samen met de moderniteit, het transport (stations en trans-Atlantische stoomvaartlijnen), voorzieningen voor sport, cultuur (zwembaden, bioscopen, bibliotheken, musea) en erediensten (kerken). Naast het regionalisme speelde ook de art deco een rol bij de wederopbouw van de tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoeste gebieden in het noorden en oosten van Frankrijk.

De periode tussen beide wereldoorlogen was ook een tijd waarin de kolonies in de schijnwerpers stonden, met het gevoel dat het beschavingswerk van de kolonisatie gegrond was, met als hoogtepunt de Exposition Coloniale van 1931 in Parijs. Het was ter gelegenheid van deze tentoonstelling dat het Palais de la Porte-Dorée werd gebouwd door architect Albert Laprade, met de hulp van een groot aantal kunstenaars, onder meer beeldhouwer Alfred Janniot, die tekende voor het monumentale in steen uitgehouwen fresco dat de hele voorgevel bedekt. Na de overwinning in de Grote Oorlog en op het hoogtepunt van de Franse koloniale veroveringen, werden de figuren van de Franse sierkunst ingezet door de Derde Republiek als ambassadeurs van Frankrijk. Ze verspreidden zich in Noord-Afrika, met name in Algerije, Marokko en Tunesië, en ook in Indochina. Voor de andere Europese landen en Amerika was de Parijse tentoonstelling in 1925 een heuse openbaring, vooral voor de vertegenwoordigers van de Verenigde Staten. De Amerikaanse architecten en interieurontwerpers zouden die stijl meteen overnemen. De wereld was in de ban van de art deco!