De Boghossianstichting – Villa Empain is uitzonderlijk gesloten op donderdag 20 juni. Wij danken u voor uw begrip en verwelkomen u graag vanaf vrijdag 21 juni en tot 8 september voor een bezoek van de tentoonstelling Josef en Anni Albers. 

In 1930 vatte de nauwelijks 22-jarige Louis Empain in Brussel de bouw aan van een villa aan de Natiënlaan, de latere Franklin Rooseveltlaan.

Louis was de tweede zoon van de schatrijke zakenman Edouard Empain, maar net als Jean, zijn oudere broer, droeg hij de naam van zijn vader nog maar enkele jaren officieel. Jeanne Becker, hun moeder, en Edouard Empain huwden pas in 1921, na een verhouding die lange tijd verborgen bleef.

Het was aan Edouard, die in 1852 in een bescheiden Waals gezin werd geboren, dat de familie Empain haar bekendheid te danken had, niet alleen in België, dat toen in volle industriële ontwikkeling was, maar ook tot ver buiten de landsgrenzen.

Na middelmatige studies kon Edouard als leerling technisch tekenaar aan de slag bij La Métallurgique, via de bemiddeling van Alexis du Roy de Blicquy, voor wie hij zijn hele leven lang een oprechte waardering koesterde. Al snel kreeg hij de leiding over het bedrijf, en kocht een kleine marmergroeve, die in 1879 de Société Anonyme des Marbres werd. Met de aankoop van andere marmerslijperijen deed Edouard Empain zijn intrede in de zakenwereld: in enkele jaren tijd schiep hij een indrukwekkend net van industriële ondernemingen, banken en holdings die via wederzijdse participaties met elkaar verweven waren.

In 1881 verlegde Edouard zijn actieterrein naar het openbaar vervoer en richtte hij de Compagnie Générale des Railways à Voie Étroite op. Deze maatschappij was actief in België en in Noord-Frankrijk, waar ze al na korte tijd de regionale Compagnie des Chemins de Fer opslorpte. Daarnaast verwierf hij de Chemins de Fer du Périgord et du Midi de la France, ontwikkelde hij de Nederlandse spoorwegen, legde hij het tramnet van Cairo aan en bouwde hij spoorlijnen in de Kaukasus en in Turkije. In China vestigde hij de financiële basis voor een strategische spoorlijn van 1200 km tussen Beijing en Hankow en liet hij de lijn tussen Kaifeng en Honanfu bouwen. Vanaf 1901 kon Edouard Empain zich rekenen tot de intimiteit van koning Leopold II, die hij hielp een spoorwegennet in Belgisch-Kongo uit te bouwen, vanuit Stanleystad.

Het is zeker de bouw van de Parijse metro die de naam van de familie Empain ook in Frankrijk grote bekendheid gaf. In 1900 kreeg Edouard Empain, dankzij de Société Parisienne pour les Chemins de Fer et Tramways en na tal van politieke intriges, opdracht de Parijse metro te bouwen. Zijn groep bleef er eigenaar van tot na de Tweede Wereldoorlog.

Het jaar 1904 was een belangrijk jaar in de bliksemsnelle carrière van deze industrieel met zijn grenzeloze ambities: Edouard Empain werd toen hoofdaandeelhouder in het kapitaal van de Ateliers de Construction Électrique de Charleroi (ACEC) en ontdekte Egypte, waar hij eigenaar was van de Société des Tramways du Caire. Het was liefde op het eerste gezicht voor dit land, en hij besliste er zijn levensdroom te verwezenlijken: de oprichting van een volledig nieuwe stad, een soort tuinwijk in de woestijn rond de antieke stad Heliopolis. Deze moderne stad, die nu een wijk van Cairo is, blijft een schoolvoorbeeld van stedenbouw en architectuur dat harmonieus art deco, oriëntalisme, de neo-Moorse stijl, monumentale kunst en het comfort van het moderne leven in zich verenigt.

In 1907, twee jaar voor zijn dood, verhief Leopold II Edouard Empain in de adelstand, als erkenning van zijn succes en zijn aanzien. Als baron en, wat later, als Grootofficier in de Orde van Leopold II en als Generaal-Majoor – eretekens die hij kreeg voor de bevoorrading van het Belgische leger die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog organiseerde – zette Edouard Empain zijn succesvolle carrière tijdens de jaren 1920 onverdroten voort door zich ook in de chemische nijverheid en in de Congolese mijnen te engageren.

De dood van Edouard Empain, op 21 juli 1929, ging gepaard met een begrafenisplechtigheid met bijna nationale allures. Enkele maanden later werd zijn lichaam overgebracht naar de crypte van de basiliek van Heliopolis, waar grote vlaggen halfstok werden gehangen.

In het najaar van 1929, en ondanks hun jonge leeftijd, stonden Jean en Louis dus ineens aan het hoofd van het immense imperium dat hun vader had uitgebouwd. Onmiddellijk herstructureerden ze de maatschappijen van de familiegroep door de groep Électrorail op te richten. Jean trok zo goed en zo kwaad als mogelijk zijn plan, ondanks zijn woelige leven waarin hij chique feesten en cruises op het jacht Héliopolis afwisselde met avondjes in de bekendste casino’s van Europa. Louis van zijn kant helde naar het andere uiterste over en begon een steeds soberder leven te leiden. Hij ergerde zijn entourage met zijn als socialistisch bestempelde standpunten, die de klemtoon legden op de menselijke verhoudingen en op de solidariteit die er volgens hem tussen de financiële wereld en de arbeiderswereld moest komen.